Zorgproducten

De CZMN biedt de volgende zorgproducten in het kader van de Wmo en de Jw:

  1. Wet Maatschappelijk Ondersteuning
    1. Begeleiding individueel (ambulant)
    2. Begeleiding groep
    3. Logeeropvang/kortdurend verblijf
  2. Jeugdwet
    1. Begeleiding individueel, opvoedhulp (ambulant)
    2. Begeleiding groep (ambulant); dagbegeleiding/dagbehandeling, logeeropvang/kortdurend verblijf
    3. Wonen – Verblijf: gezinshuis of kamertrainingscentrum

Ad 1.1) Wmo Begeleiding individueel (ambulant)

Begeleiding individueel is gericht op het bevorderen (leren), behouden of compenseren van zelfredzaamheid en het zelfstandig participeren, opdat een inwoner zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven. Uitgangspunt is dat de begeleiding plaatsvindt in de directe leefomgeving van de cliënt.

Ad 1.2) Wmo Begeleiding groep

Begeleiding groep is gericht op het bevorderen (leren), behouden of compenseren van zelfredzaam- heid gericht op het zo veel mogelijk zelfstandig participeren. Dit vindt plaats in groepsverband, veelal in de vorm van begeleiding groep of dagopvang. Daar waar mogelijk ook met inzet van informele zorg. Begeleiding in groepsverband is voorliggend op ‘ambulante’ begeleiding als hetzelfde doel wordt beoogd. In de productomschrijving wordt veelal onderscheid gemaakt in ‘meedoen’ gericht op recreatieve activiteiten, ontmoeting en ontlasten van de mantelzorger, en ‘meewerken’ gericht op arbeidsmatige activiteiten en zelfwaardering en zelfontplooiing ontlenen uit werk.

Ad 1.3) Wmo Logeeropvang of kortdurend verblijf

De inwoner met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem verblijft tijdelijk – één of meerdere etmalen, waarbij altijd een overnachting is inbegrepen – op een andere locatie waar toezicht en noodzakelijke ondersteuning en begeleiding aangeboden wordt. Logeeropvang kan een vorm van respijtzorg zijn gericht op het ontlasten van de mantelzorger, waardoor deze de mantelzorgtaken langer kan volhouden en de inwoner daardoor langer in de thuissituatie kan verblijven. In enkele gevallen wordt logeeropvang ingezet als time-out voorziening om de zelfredzaamheid van de inwoner te bevorderen of te stabiliseren als gevolg van oplopende spanning en ter voorkoming van verdere escalatie. Het betreft dan geen vorm van respijtzorg.

Ad 2.1) Jw Begeleiding individueel, opvoedhulp (ambulant)

Individuele begeleiding vindt plaats in de eigen leefomgeving en richt zich op het vergroten van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de jeugdige met een licht verstandelijke en/of lichamelijke beperking, en/of met een lichte vorm van gedrags- en of ontwikkelingsproblemen, waarbij ook opvoeders begeleiding of ondersteuning nodig hebben. Opvoedhulp richt zich op jeugdigen met matige tot ernstige opgroei- en ontwikkelproblemen en vormen van grensoverschrijdend gedrag (zoals agressie spijbelen en weglopen), en hun opvoeders.

Ad 2.2) Jw Begeleiding groep (ambulant); dagbegeleiding/dagbehandeling, logeropvang/kortdurend verblijf

Dit betreft begeleiding/behandeling op locatie van de jeugdhulpaanbieder, waarbij het kind gedurende een dagdeel of dag deelneemt aan groepsactiviteiten, zonder dat opname en verblijf met overnachting nodig is. Er is sprake van een zorgvraag bij de jeugdige (met een licht verstandelijke en/of lichamelijke beperking, met gedrags- en/of ontwikkelingsproblemen), het gezin en/of de omgeving, die niet door de lokale basiszorg opgepakt kan worden.
Logeren is een vorm van kortdurend verblijf, gericht op ontlasting van de ouders of andere opvoeders, die een jeugdige als gezinslid verzorgen en opvoeden (respijtzorg). De jeugdige verblijft tijdelijk elders, waar toezicht en de noodzakelijke hulp/ondersteuning geboden worden. Doel is te voorkomen dat de ouders of andere opvoeders overbelast raken. Hiermee wordt beoogd dat de jeugdige (langer) thuis kan blijven wonen.

Ad 2.3) Jw Wonen – Verblijf: gezinshuis of kamertrainingscentrum

Gezinshuiszorg betreft wonen en begeleiding in een gezinsvorm met gezinshuisouders en meerdere geplaatste cliënten. Er wordt 24/7 wonen aangeboden gedurende het gehele jaar om de jeugdige een vaste woonplek en stabiliteit te bieden. Bij het verblijf in een Kamertrainingscentrum krijgen kinderen van 16 tot 18 jaar individuele begeleiding bij hun ontwikkeling naar zelfstandigheid.